Ons onderwijs

Zelfstandig leren en samenwerken is op de Oscar Carré een belangrijk uitgangspunt. Al vanaf de kleuterklas leren wij de kinderen om zelf hun bezigheden te plannen. Verschillende groepen zitten in homogene groepen bij elkaar.
Op de Oscar Carré leren we de kinderen door de jaren heen zelfstandig te leren en te plannen.

 

Leren plannen
Vanaf de kleuterklas oefenen we de kinderen in vooruitkijken, en na afloop van hun activiteit weer terugkijken. Dat gebeurt in de kleuterklas elke dag. Voorafgaand aan het ‘speelwerken’ neemt de leerkracht met de kinderen door wat ieder kind gaat doen, hoe, waar, en met wie. Na afloop van het speelwerken wordt er teruggekeken: Heb je gedaan wat je wilde doen? Hoe ging het? Waarom ging het niet?

In hogere klassen breidt dat plannen zich uit: de kinderen krijgen in de groepen 3 en 4 dagtaken en in de groepen 5 t/m 8 weektaken. In een eigen schema houden ze zelf de dag- of weekplanning bij. Ze krijgen zo de ruimte om hun eigen keuzes te maken. Uiteindelijk leren de kinderen in groep 8 om te werken met een eigen agenda.

 

Zelfstandig werken
Vanaf groep 3 wordt gewerkt met de rode, oranje en groene werktijd. Dit is gebaseerd op het zogenaamde GIP model, een werkwijze om zelfstandig werken te stimuleren. Met behulp van deze werkwijze leren we de leerlingen vaardigheden aan om goed zelfstandig te werken en leren. Denk aan: omgaan met uitgestelde aandacht, wat te doen als je iets niet weet en de leerkracht is er niet direct, het plannen van eigen werk binnen het tijdsblok van zelfstandig werken, aandacht richten, leren concentreren en de spanningsboog vergroten.

Dat doen we op de volgende manier: In de klas hangt een stoplicht met de kleuren rood, oranje en groen. Als dit op rood staat wordt er in stilte, zelfstandig gewerkt en loopt de leerkracht rond om te helpen. Iedere leerling heeft ook een blokje met dezelfde kleuren en een vraagteken. Als de leerling een vraag heeft dan zet hij/zij het bordje met een ‘vraagteken’ op zijn eigen werktafeltje. De leerkracht komt dan langs om te helpen tijdens zijn/haar looprondes. In de oranje werktijd geeft de leerkracht uitleg. En in de groene werktijd mogen de leerlingen praten en samen overleggen. Een kind kan er ook zelf voor kiezen om zijn eigen bordje op rood te zetten, met als teken dat niemand hem iets mag vragen.

“De kinderen zijn zelfstandig aan het werk op hun eigen niveau. Bepaalde opdrachten mogen ze met tweetallen doen en andere opdrachten kunnen alleen verwerkt worden. Ik loop rond en kijk of ik kinderen kan helpen.”
Juf Paula

Samen leren: homogene groepen
De Oscar Carré werkt met homogene groepen, behave in groep 1-2. Ieder kind ervaart hoe het is om het ene jaar oudste groeper te zijn en het jaar daarop jongste. Dit helpt een pedagogisch klimaat in de klas te scheppen, waarin het normaal is dat je elkaar helpt en met elkaar samenwerkt. Kinderen leren zo met elkaar en van elkaar.